|
Ik bedacht me laatst om carnavalsartiest te worden. En dan natuurlijk meteen wel een top-carnavalsartiest. Niet zo één waarvan je denkt ‘zo-zo’. Ik vertelde dat aan de dame aan de kassa. Ze leek weinig onder de indruk. Ze had waarschijnlijk al veel topcarnavalsartiesten langs zien komen bij haar kassa. Topcarnavalsartiesten moeten immers ook boodschappen doen. En het is voornamelijk geen carnaval.
De vrouw na mij leek duidelijk nog nooit nagedacht te hebben over het worden van een artiest. De diadeem in haar vettige haar deed sowieso vermoeden dat ze al niet meer dacht sinds 1980. Ik besloot een pakje lasagnebladen apart te willen afrekenen. Overduidelijk behoorde dat bij de lasagnesaus en lasagnegroene die ik ook kocht. Maar ik vind dingen los afrekenen leuk.
De beide vrouwen, kassamuts en de mevrouw achter me, irriteerde zich.
Van de bonnetjes vouwde ik zwaantjes.
Buiten zat een daklozenkrantverkoper. Ik bood de dakloze een biertje aan. Daarvoor had ik speciaal 2 halve-liter blikken bier gekocht van het goedkoopste merk. Hij lustte geen bier. We dronken de wijn die ik ook gekocht had. Niet doelbewust goedkoop gekocht maar ook niet duur. ‘ik drink meestal alleen wijn bij het eten’ zei de dakloze.
‘Ow,’ zei ik ‘dan zal je wel vaak eten’
Hij gaf geen duidelijke reactie.
‘Wat eet je dan,’ vroeg ik.
‘Gewoon,’ antwoordde hij ‘boterhammen, krentenbollen’.
‘Krentenbollen en wijn, dat is wel vernieuwend’.
Hij keek me aan alsof ik geen smaak had.
Ik gaf hem de fles wijn maar weer aan. Ik kon me niet voorstellen dat wijn goed bij krentenbollen smaakte. Volgende keer moest ik maar weer een krentenbollen kopen. Een kennis van me is vinoloog, hij heet Ed. Hij vindt zelf vooral dat hij vinoloog is. Hij is voornamelijk leraar Duits. Ik zal Ed bellen en vragen welke wijn goed bij krentenbollen smaakt.
Ik zou Ed meteen vertellen dat er een dakloze is die vindt dat ik geen smaak heb. Ed zou hartelijk lachen. Ed woonde een tijdje in Berlijn. Dan leer je wel om hartelijk te lachen.
Ik vroeg de dakloze of ik de fles weer mocht. Hij zei dat de fles leeg was. Hij zou hem wel voor me weggooien.
Ik keek hem vertwijfeld aan. ‘Als je hem vol gaat pissen en aan een andere dakloze gaat verkopen gooi ik hem zelf wel weg’.
Hij lachte. ‘Goed idee maat’.
Als mensen je ‘maat’ gaan noemen kan je maar beter weer gaan.
In de avond dronken we thuis goedkoop bier bij de lasagne. ‘Ik had hier liever wijn bij gehad’ klonk de stem tegenover me. Ik haalde mijn schouders op en nam een flinke slok.
Ik bedacht me laatst om carnavalsartiest te worden. En dan natuurlijk meteen wel een top-carnavalsartiest. Niet zo één waarvan je denkt ‘zo-zo’. Ik vertelde dat aan de dame aan de kassa. Ze leek weinig onder de indruk. Ze had waarschijnlijk al veel topcarnavalsartiesten langs zien komen bij haar kassa. Topcarnavalsartiesten moeten immers ook boodschappen doen. En het is voornamelijk geen carnaval.De vrouw na mij leek duidelijk nog nooit nagedacht te hebben over het worden van een artiest. De diadeem in haar vettige haar deed sowieso vermoeden dat ze al niet meer dacht sinds 1980. Ik besloot een pakje lasagnebladen apart te willen afrekenen. Overduidelijk behoorde dat bij de lasagnesaus en lasagnegroene die ik ook kocht. Maar ik vind dingen los afrekenen leuk.De beide vrouwen, kassamuts en de mevrouw achter me, irriteerde zich.
Van de bonnetjes vouwde ik zwaantjes.
Buiten zat een daklozenkrantverkoper. Ik bood de dakloze een biertje aan. Daarvoor had ik speciaal 2 halve-liter blikken bier gekocht van het goedkoopste merk. Hij lustte geen bier. We dronken de wijn die ik ook gekocht had. Niet doelbewust goedkoop gekocht maar ook niet duur. ‘ik drink meestal alleen wijn bij het eten’ zei de dakloze.
‘Ow,’ zei ik ‘dan zal je wel vaak eten’ Hij gaf geen duidelijke reactie. ‘Wat eet je dan,’ vroeg ik. ‘Gewoon,’ antwoordde hij ‘boterhammen, krentenbollen’. ‘Krentenbollen en wijn, dat is wel vernieuwend’. Hij keek me aan alsof ik geen smaak had. Ik gaf hem de fles wijn maar weer aan. Ik kon me niet voorstellen dat wijn goed bij krentenbollen smaakte. Volgende keer moest ik maar weer een krentenbollen kopen. Een kennis van me is vinoloog, hij heet Ed. Hij vindt zelf vooral dat hij vinoloog is. Hij is voornamelijk leraar Duits. Ik zal Ed bellen en vragen welke wijn goed bij krentenbollen smaakt. Ik zou Ed meteen vertellen dat er een dakloze is die vindt dat ik geen smaak heb. Ed zou hartelijk lachen. Ed woonde een tijdje in Berlijn. Dan leer je wel om hartelijk te lachen.
Ik vroeg de dakloze of ik de fles weer mocht. Hij zei dat de fles leeg was. Hij zou hem wel voor me weggooien. Ik keek hem vertwijfeld aan. ‘Als je hem vol gaat pissen en aan een andere dakloze gaat verkopen gooi ik hem zelf wel weg’. Hij lachte. ‘Goed idee maat’.Als mensen je ‘maat’ gaan noemen kan je maar beter weer gaan.
In de avond dronken we thuis goedkoop bier bij de lasagne. ‘Ik had hier liever wijn bij gehad’ klonk de stem tegenover me. Ik haalde mijn schouders op en nam een flinke slok.
|